
Nu de Fyra definitief een dure voetnoot is in een bestoft boek en nooit meer op de sporen zal komen in de Lage Landen, vertrekt zowat de halve natie een week te vroeg met vakantie. Ik schrijf dit stukje op woensdag van de laatste week van de voorbije maand juni en gisteren zag ik tijdens het Journaal in Zaventem een nieuw type verkeersellende. Kilometerlange trolleyfiles, met aan ieder bagagekarretje trouw steeds een vader, moeder en minstens één schoolgaand kind. Cameraploeg erbij dus maar, want dit blijkt groot nieuws in deze kommervolle zomer. Waarom ze het doen, wil de journaliste weten. ‘We sparen wel 1800 euri uit, want we zijn met zijn zessen,’ balkt een zonnebankmama die de volgende dagen met haar familie naar Barcelona en vandaar naar Zuid-Amerika vliegt. De blitse zonnebril staat al modieus in de bruine haarlokken, klaar om het gevecht met de vakantiezon aan te gaan. ‘Op school is er toch niets meer te doen,’ voegt ze er nog breed glimlachend aan toe. ‘En de huisdokter heeft een briefje geschreven. Dat moest van de minister.’ Een andere familie die popelend wacht op een transfer naar de Azoren vindt bij monde van papa dat dochter- en zoonlief een heel jaar hard hun best gedaan hebben op school en zo’n uitje wel verdienen. Een mooiere redenering die (opzettelijk?) naast de bal trapt kun je moeilijk bedenken, want niemand misgunt kinderen hun verdiende vakantiereisje, alleen: waarom moet die nu, één week voor het reguliere einde van het schooljaar al beginnen? Toch? Wil ook de geïnteresseerde journaliste weten. Blijkt er toch nog enige twijfel te bestaan. ‘We hebben een vriendelijk briefje geschreven naar de school en we hopen maar dat de kinderen hierdoor volgend schooljaar niet in de problemen komen,’ zegt de mama aarzelend. Weer naast de kwestie, want: zouden scholen écht soms wraak nemen omwille van de vervroegde uittreding van hun pupillen? Ik weet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van niet, want dan zouden ze als opvoedingsinrichting wel een héél negatief signaal geven.
Spijtig genoeg geven sommige eerstelijnsopvoeders - die de ouders toch nog altijd zijn - dat negatieve signaal dus wel. Eigenlijk zeggen ze zonder er veel echte argumenten voor te gebruiken dat ze slechts matig tot niet geïnteresseerd zijn in ‘den uitslag’ (lees: het rapport) van hun nog schoolgaande kroost. Bovendien is hun vervroegde vakantietrek een uiting van een gebrek aan respect voor de werkzaamheden die een school nu eenmaal de laatste week van het schooljaar moet uitvoeren: op een verantwoorde manier beslissen of een leerling met goed gevolg een hoger studiejaar aankan. Die verplichte deliberaties stellen de scholen en de minister voor een schier onoplosbaar dilemma. Delibereren kan alleen als je de leerkrachten van een bepaalde klas samen aan één tafel zet. En als je dat doet, hebben die leerkrachten geen tijd meer voor leerlingenbegeleiding en dat is nu net wat de ouders willen. Je moet dus kiezen tussen twee kwalen en meestal resulteert dat in een week extra vakantie-die-nog-net-geen-vakantie-is. Hoe ga je daar in hemelsnaam mee om? Blijkbaar vindt een aantal ouders (zelfs die van al wat oudere kinderen) het geen leuk vooruitzicht dat zoon- of dochterlief een weekje alleen moet thuisblijven terwijl zij nog elke morgen naar het werk moeten. De school als kinderopvang, inderdaad. En onze tour operators spelen de twijfel aardig in de hand met kortingen tot einde juni die tijdens de echte vakantie plots niet meer kunnen. Het is zelfs kwalijk te noemen dat ze enkele weken geleden in hun advertenties en reclameboodschappen de twijfelaars nog een extra zetje gaven met de onverholen hint dat de huisdokter het probleempje wel kon oplossen.
Ja, hoe zit dat trouwens met die lijfartsen van ons? Ook zij zitten blijkbaar zeer met de zaak verveeld, want zij worden onder druk gezet, zeggen ze, door hun patiënten. Bovendien vinden ze dat de minister dit varkentje maar zelf moet wassen. Hij besliste immers – een jaar geleden al en dus een beetje voorbarig, dat wel – dat afwezigheden de laatste week van het schooljaar met een ‘echt’ doktersbriefje moesten gestaafd worden. De minister moet het dus stellen zonder de medewerking van hert artsengild in dit land, want weerstaan aan de chantage van de vroegste vakantiegangers vinden ze te moeilijk. Ook dit riekt een beetje kwalijk. Ziek is ziek, toch? En hoezo, chantage en druk?
Zo pikt iedereen op zijn manier zijn graantje mee van deze wat zieke eindeschooljaarsperiode: de kinderen, de ouders, de reisbureaus, de tour operators, de huisdokters… Waarom dan niet een Walibi-oplossing verzonnen en een voorkruippasje verkocht voor hen die het land en de school voortijdig willen verlaten? Al wordt dit voorstel me een beetje boosaardig ingegeven door het sarcastische wezentje ergens diep in mij dat heimwee heeft naar de tijd dat de school nog echt de school was en de grote vakantie op 1 juli begon.