
Toevallig kwamen we elkaar gisteren tegen. Gewoon in de winkel. Even een praatje gemaakt. ‘We moeten nog eens afspreken,’ zei hij bij zijn afscheid. ‘Op een avond of zo, met de vrouwen erbij. Om wat bij te praten.’ We kennen elkaar al jaren. Maar de zeeën vrije tijd van nu maken het vroegere gemak waarmee we elkaar bij blije, droeve of gewoonweg gezellige momenten ontmoetten blijkbaar wat minder evident.
Afspreken, dus. Hoe doe je dat in deze hoogtechnologische tijden? Vroeger was het allemaal wat duidelijker. Het werk bepaalde ons agenda. Woensdag elf uur? Dan geef ik nog een uurtje les over de prelinguale fase in de kindertaalontwikkeling en klaar. De rest van de dag thuis, want namiddag geen school. Nu gebeuren er vooral onverwachte dingen. De telefoon gaat. Zoonlief. Een kwartiertje later ben je op weg om een lekkende kraan te gaan repareren. De afdichtingsring die je nodig hebt om de klus te klaren, heb je (uiteraard) niet bij de hand. Dus even naar de doe-het-zelfzaak in de buurt. En daar kom je dus een oude vriend tegen… We moeten nog eens afspreken. Je weet dan al dat dat niet zonder slag of stoot gaat lukken.
Nog moeilijker is het een afspraak te maken met meerdere personen uit het contactenlijstje op je smartphone als je met hen samen aan tafel wilt. Je bent immers een beetje actief in het vrijwilligerswerk, je hebt een koortje op de been te houden en een hobbyclub die maandelijks samenkomt. Dat veronderstelt enige planning en daarrond moet gepraat worden. Een doodle proberen? Je geeft zeven mogelijke data met telkens drie afspraakuren op. Dat lijstje met eenentwintig (21!) mogelijkheden wordt automatisch doorgestuurd naar alle gegadigden en dan… kiezen maar. En afwachten. Eerst krijg je twee mailtjes terug. Leg je me eens kort (en bevattelijk) uit hoe zo’n doodle werkt? Nog iemand anders antwoordt dat hij die doodle heus wel geprobeerd heeft. Edoch, het werkte echt niet. Vier dagen en vijf kiesprocedures later blijkt uiteindelijk dat er geen enkel geschikt moment voor iedereen bijzit en kun je opnieuw beginnen.
Per e-mail dan maar? Mailtjes worden in de regel wel gelezen, maar niet (onmiddellijk) beantwoord, zeker niet als het over iets afspreken gaat. De huiskalender hangt immers op het toilet of in de keuken en als je niet onmiddellijk kijkt of de voorgestelde data nog vrij zijn, vergeet je het. Weg afspraak. Dus boor je enkele dagen later – al een beetje wanhopig – enkele nieuwe communicatiekanalen aan. Een sms? Of een WhatsAppgroep? Al vlug blijkt dat sms’jes ook niet stipt beantwoord worden ( enja, ik pleit schuldig, ik doe dat ook niet altijd) en dat ook WhatsApp voor sommigen nog een braakliggend terra incognita is. Aan een Facebook chatgroup zullen we dus ook maar niet beginnen. (‘Facebook? Ik lees er wel eens in, maar gebruik het vrijwel nooit’). Tweeten via Twitter? Ho maar!
Er blijft dus uiteindelijk enkel nog het klassieke telefoontje over. Naar de vijf personen die je graag aan de vergadertafel had gezien, die avond. ‘Kom je, vanavond?’ – ‘Vanavond?’ (met lichte aarzeling in de stem) – ‘Ja, naar onze vergadering. Om acht uur…’ – ‘Gosh. (verwarring, oei…) Compleet vergeten. Goed dat je belt, joh. Want ja, ik heb vanavond niks… Tot dan hé. Nog eens bedankt voor het bellen.’ Na een uurtje sfeervol bullshitten via die ouwe gouwe telefoon (die ondertussen ook geëvolueerd is tot smartphone) is iedereen eindelijk op de hoogte en kan de bijeenkomst plaatsvinden.
In de boeiende wereld van (vooral elektronische en) nieuwe communicatiemiddelen lopen dus nog veel ontheemde kinderen rond. Wellicht is de reden dat het aanbod nieuwigheden op dit vlak zo overweldigend is dat een kat er haar jongen niet meer in terugvindt. Maar zelfs in een tijd dat een elektronisch bericht in een fractie van een seconde de andere kant van de wereld bereikt, maak je praktische afspraken blijkbaar nog altijd best per telefoon.